Werking van de warmtepomp

warmtepomp-winter

Er zijn verschillende soorten warmtepompen. In het kort is de werking bij verwarming als volgt:

  1. Een vloeistof met een kookpunt lager dan de brontemperatuur dient als transportmiddel van de warmte in de warmtepomp. In het verdampingsdeel wordt deze vloeistof via een wisselaar opgewarmd door een bronsysteem met een zo hoog mogelijke temperatuur (bijvoorbeeld een Energydak® of een bodembron). De vloeistof zal verdampen waardoor warmte wordt onttrokken uit het bronsysteem.
  2. De verdampte vloeistof wordt vervolgens samengedrukt door een compressor. Hierdoor stijgen de druk en de temperatuur van de damp.
  3. Vervolgens wordt de warmte aan de damp onttrokken en, via een warmtewisselaar, afgegeven aan bijvoorbeeld het water in een cv-installatie. De temperatuur van het cv-water stijgt en kan voor verwarming worden gebruikt. De temperatuur van de damp daalt en de damp condenseert in het condensorvat tot vloeistof.
  4. Het hele proces herhaalt zich continu.

De warmtepomp presteert het best wanneer de temperatuur van het bronsysteem zo hoog mogelijk is, terwijl de temperatuur van het afgiftesysteem zo laag mogelijk is. Hoe kleiner het temperatuurverschil tussen het bron- en het afgiftesysteem, hoe minder aandrijfvermogen noodzakelijk is om de energie te transporteren tussen deze twee systemen.

De prestatie van het warmtepompsysteem wordt berekend door de afgifte-energie te delen door de aandrijfenergie (ook wel Coëfficiënt Of Performance genoemd). De COP ligt bij goed functionerende systemen boven de 4. Dat wil zeggen om vier delen nuttige warmte te produceren is slechts één deel aandrijfenergie noodzakelijk (de overige drie delen worden geleverd door het bronsysteem).
Het rendement is dan 400%.